zandpoortvest 10
be 2800 mechelen
t +32 15 336 336
m (b) +32 478 811 441
m (d) +32 475 477 478

'Fall 2001', Acrylaat, mdf, aluminium, polyamide, hardboard, verdorde bladeren, verzinkt ijzer, zamac, acrylvernis, 212 x 107 x 4 cm, dated 2001, private collection
In de eerste plaats wil Johan Slabbynck een andere realiteit creëren. In tegenstelling tot de 'alles-is-al-eens-gedaan-generatie', volhardt hij in zijn streven om tot een geheel oorspronkelijk en vooral tijdloos product te komen. Gekoppeld aan de rijke thematiek van het werk, levert dat bijzonder verrassende resulaten op.
Johan Slabbynck durft zich als kunstenaar nog te buigen over esthetische problemen. In dit verband zegt hij: 'Vandaag de dag zijn het vooral reclamemakers, plastische chirurgen, designers en couturiers die bepalen wat mooi is... Gedreven door economische motieven, specialiseerden zij zich in de mooie verpakking. Schoonheid is en blijft een kunstspecifieke materie die je als kunstenaar niet uit de weg mag gaan'. Toch wel een opmerkelijk standpunt, zeker als je bedenkt dat vele hedendaagse kunstenaars zich beledigd zouden voelen wanneer hun werk als mooi wordt bestempeld. Bovendien maakt Slabbynck werken waarin heel concreet die esthetische problematiek aan bod komt: de 'Zelfreinigende kunstwerken' zijn boeiende poëtische reflecties over het begrip 'schoonheid' en stellen onze esthetische normen en waardeoordelen scherp in vraag.
Met puur conceptuele kunst voelt Slabbynck weinig affiniteit: 'Ik weiger deel te nemen aan een spel dat wordt beheerst door charlatans', zegt hij. Het materieel uitvoeren van een kunstwerk schenkt hem ontzettend veel voldoening, omdat het een gezonde combinatie van zowel lichamelijke als geestelijke inspanningen is. 'Over het ambachtelijke aspect wordt de laatste decennia vaak lacherig gedaan, welnu, zonder het gevecht mat de materie heeft het voor mij echt geen zin'. Dat Slabbynck zeer hoge eisen stelt op het gebied van de uitvoering, kan je alleen maar zien als je de kunstwerken in realiteit aanschouwt. Van zodra de beelden worden 'gemediatiseerd', gaan er veel subtiele details verloren, maar hun uitgesproken emblematische en enigmatische karakter blijft bewaard.
Slabbynck kijkt als een alien naar de dingen en geeft vorm aan de gevoelens die hij daarbij ervaart. Hij streeft geen directe expressie na: gevoelens worden volgens welomlijnde formules 'mechanisch' overgebracht... maar toch werkt het resultaat. Bij het aanschouwen van zijn creaties word je als toeschouwer herhaaldelijk geconfronteerd met een - soms kille - sfeer van vervreemding, weemoed, berusting,... De uitdrukking van deze gevoelens wordt nog versterkt door het doelbewuste materiaalgebruik.
Doorheen de jaren ontwikkelde de kunstenaar een erg persoonlijke beeldtaal, die hij nog steeds verder wenst uit te breiden en te verfijnen. Slabbynck voelt hierbij niet langer de noodzaak om telkens weer met iets totaal nieuws uit te pakken. Hij licht dit als volgt toe: 'In onze huidige dolgedraaide samenleving wordt het nieuwe vaak enkel op grond van zijn nieuwigheid beloond. Datgene wat er aan voorafging is dan plotseling - voor een hele tijd - waardeloos en oninteressant. Vooruitgang vormt geen breekpunt meer met de traditie, maar heeft zichzelf tot traditie verheven... Het is een bedenkelijke trend die in alle geledingen van de maatschappij voelbaar is en waaraan ik als kunstenaar liever niet meedoe'.
TECHNIEK
Johan Slabbynck verafschuwt winkels voor kunstenaarsbenodigdheden. 'Wat ik zeker niet wil is kunst maken die eruitziet als kunst, want dan ben je al verkocht en verraden', vertelt hij. Bijgevolg is hij dus aangewezen op minder gebruikelijke en niet-kunstspecifieke materialen. Zijn werken bestaan o.m. uit verschillende (recent ontwikkelde) kunststoffen, isolatiematerialen, vacht, ready made-elementen, vezelplaten, metalen, enz. Zo wordt bijv. de mdf-plaat ('medium density fibreboard') met uiterst nauwkeurige freesmachines bewerkt. Voor de drielobbige profilering van de mdf-frames ontwikkelde hij zelf in samenwerking met een industrieel bedrijf een freesbeitel in hardmetaal ('HM'), die hij 'triradiusfrees' noemde. Voor het consequent uitvoeren van zijn ideeën aanvaardt hij dus alles behalve gemakkelijkheidsoplossingen.
Het vervaardigen van de rubberen onderdelen met de specifieke gebubbelde textuur is het resultaat van vele jaren intensief experimenteren. Het rubber wordt vanaf het eerste laagje gekleurd met uv- en waterbestendige pigmenten. Het resultaat is een vleesachtige materie, die opgespannen of samengeperst sterke suggestieve eigenschappen bezit.
De heldere glanzende acrylaatplaat wordt aan beide kanten langdurig met water in ronddraaiende bewegingen geschuurd. Door deze bewerking ontstaat een mat, kalkachtig oppervlak, met een heel bijzonder opaal uitzicht. De erachter gemonteerde elementen krijgen hierdoor een bevreemdende optische diepte, die verandert naargelang het standpunt dat men inneemt.
Ook geen sinecure is het bewerken van de 1,5 cm dikke houtwolmagnesietplaat ('Heraklith'). Om het rafelen tegen te gaan, moest de plaat eerst verstevigd worden met harsen. Zodoende werd het mogelijk om de platen heel precies in verstek te zagen, waardoor er grote holle volumes konden worden gebouwd. Het maakt bijv. de integratie van luidsprekers mogelijk, want het materiaal laat het geluid goed door.
De metalen onderdelen worden intensief gepolijst en daarna voorzien van een dun laagje acrylvernis, die in de autoindustrie wordt gebruikt om metallic-lakken af te werken. Zodoende behouden deze onderdelen hun felle glans. De oude 'die cast' speelgoedauto's en -trucks zijn vervaardigd uit zamac. Dit is een legering van zink, aluminium, magnesium en koper.
Bij de assemblage van de verschillende onderdelen wordt er bijzonder veel aandacht besteed aan een technisch verantwoorde constructie. Alle stukken zijn afgestemd op elkaar en vormen samen een vrijwel naadloos geheel. Materialen die gevoelig zijn voor temperatuurverschillen, worden (inwendig) verstevigd om vervorming te voorkomen.
Het materiaalgebruik en de vormgeving zijn in het werk van Slabbynck onlosmakelijk met elkaar verbonden. De metaforische geladenheid van iedere component draagt bij tot het betekenisgenererende aspect van het kunstwerk. Op een wonderbaarlijke manier vallen voelen en denken samen.
Hans Mutssen, september 2004
NOLI ME TANGERE
De kunst van Johan Slabbynck lijkt in een tijdspanne van tien jaar als in
een grote en trage beweging te zijn bedacht en gemaakt.
Er is hoegenaamd geen sprake van opeenvolgende (stijl-)breuken - Slabbynck
maakt kijk- en denkmachines en combineert op een heel persoonlijke en particuliere
manier zijn visies op de recente kunstgeschiedenis. Alhoewel de meeste werken
van Johan Slabbynck statische objecten zijn, wordt er toch een grote mate
aan beweging en mobiliteit gesuggereerd. Miniatuur-autootjes en dito trucks
- perfect gemonteerd in een aantal sculpturen - verhogen de metaforische
leesbaarheid van een kunstwerk als een (haast) letterlijk 'voertuig' voor
impliciete overdracht van betekenis. Het speelse accent, dat Slabbynck integreert
in zijn sculpturen, ontkracht alle zwaarte zonder te moeten toegeven aan
de consequentie van een kunstwerk als een object met een interne 'sprekende'
logica.
Wat ook opvalt in de fijnzinnige productie van Johan Slabbynck is de wringende
confrontatie met de natuur - verdorde bladeren komen wel eens meer voor als
inhoud achter een wazig-materiële grens met de toeschouwer. De natuurelementen
functioneren hier als een symbool voor alle vergankelijkheid, gevat en hier
bedwongen in high-tech vormgegeven kunstwerken. Het is alsof Johan Slabbynck
perfect afgewerkte schrijnen maakt - hulsels ter conservering van resten
natuur en mysterieuse fotografische afbeeldingen die niet meteen gerelateerd
kunnen worden aan de aardse werkelijkheid.
Het wordt nogal vlug duidelijk dat de kunst van Johan Slabbynck veel tijd
en energie opeist en opslorpt van de toeschouwer. Dit soort kunst is niet
eenduidig en raast langsheen de twijfels van de perceptie en de interpretatie.
Johan Slabbynck weet de meest radicale stijlbreuken uit de vorige eeuw perfect
te assimileren in tastbare en geduldig gerealiseerde werken. De industriële
materialen en ready made-componenten verlenen dit oeuvre een minimalistische
neiging - en mede door de intentionele onsamenhangende samenhang van het
'gecondenseerd' bij elkaar brengen van dit rijk materiaal in een perfecte
en kwasi door een lijst afgesloten denkwereld, weet Slabbynck zijn productie
op te tillen tot het niveau van een open conceptuele lectuur.
De kunstwerken van Johan Slabbynck zijn an sich kunstwerken die een interne
wereld en logica afbakenen en aflijnen. Ze suggereren rakelings contact met
de toeschouwer door de kunstwerken vorm te geven als 'vensters' en haast
(letterlijk) een visueel houvast te bieden via gesimuleerde handgrepen, duidelijke
aangebrachte hechtingen en geperforeerde zones die als een loket op jouw
mening appel willen doen. Wat ook opvalt is de introductie van het 'speelse'
in veelal heel serieus ogende en afgewerkte kunstwerken. Een organisch en
erotisch aandoende vorm wordt bijvoorbeeld al snel ontkracht door er tegelijk
een baan voor vier bestelwagentjes in te bedenken.
Johan Slabbynck aast volop op de nieuwsgierige honger van de toeschouwer
- hij bezielt zijn vrij koele materialen met zwenkingen en toevoegingen die
de lectuur van het kunstwerk piloteren in de richting van het relativeren
van de kunst zelf - Slabbynck ontziet de grote beeldspraak.
Het begrip geleiding is ook een thematisch aanknopingspunt dat relevant lijkt
bij het beschouwen van zijn oeuvre. De kunstwerken geleiden oog en geest
naar genese- en inspiratiegebieden van de kunstenaar die nooit achterhaal-
en verifieerbaar zijn en zullen worden. Johan Slabbynck maakt van zijn kunst
nooit een systeem dat zou kunnen leiden tot stilistische herkenbaarheid en
dito mercantiele stabiliteit. Er blijven fromele weerhaken achter in bijvoorbeeld
de manier waarop hij zijn interne composities voorziet met gladde begrenzingen
van mdf-hout. Het industriële aspect van zijn kunst wordt gepoëtiseerd
tot een object dat zich dialectisch verhoudt tot de geest van de industrie.
De kunst leidt naar niets, naar het niet nuttige 'voorwerp', alhoewel de
verschijningsvorm ervan er soms op aanstuurt een bepaalde nutsfactor in zich
te houden.
De spaarzame kunstproductie van Johan Slabbynck staat voor een complex aantal
werken waarin het toeval, het organische en de natuur voeling houden met
de wereldse wereld van de industrie. De ongrijpbare symbiose tussen tal van
zich aandienende referenties en invloeden maakt de lectuur van het oeuvre
van Johan Slabbynck tot een avontuurlijk grasduinen in het kunsthistorische
verleden en in ieders hoogst persoonlijke reservoir van ervaringen en opgestapelde
gevoelens.
De ongrijpbaarheid van zijn werk staat borg voor een onaanraakbaar statuut
van een verzameling objecten die afstand opeisen tegenover de wereld... en
dat is niet de geringste verdienste in een globaliserende wereld die meer
en meer wordt gedicteerd en geleid door de flitsende massamedia.
Fragment uit 'Noli me tangere', catalogustekst 'Johan Slabbynck', p. 5 - p. 10, Galerie Transit, 2001
DIABOLISCH EVENWICHT
De wandsculpturen van Johan Slabbynck vormen een diabolisch spel van contrasten. De wijze waarop hij de materialen bewerkt, toont het beeld van een perfectionist. De huidkleur van het volmaakt gepolijste mdf-hout trekt de aandacht op het sensibele, terwijl het gladde oppervlak tegelijk nabijheid streng afwijst. Dat doen bijvoorbeeld ook de metalen spikes of het ondoorzichtige glas dat de inwendige afbeelding doordacht afschermt of vertroebelt. De gladheid, de verhoudingen en de formaten dwingen je als toeschouwer tot afstand en maken het mogelijk de overheersende enigmatische dualiteit te ontwarren.
In de beelden strijden overgevoeligheid en gedreven zakelijkheid. Polaire
kwaliteiten krijgen een bijzondere aandacht. De schijnbare tegenstrijdigheid
die schuilt in het combineren van de materialen, beantwoordt aan de gedachte
dat extremen niet alleen tegengesteld zijn, maar ook nodig, want aanvullend.
Zo plaatst Johan Slabbynck de inwendige stilte (het niet-bewegen) in evenwicht
met een aërodynamische vorm (beweeglijkheid).
De gladgestreken grondstoffen zijn uitzonderlijk zoet met gevoel geladen.
De intelligentie is emotioneel verpakt.
Johan Slabbynck bewandelt een moeilijk toegankelijk pad op het terrein van
de kunst. Hij draagt de verantwoordelijkheid van een oorspronkelijke visie.
Het ontplooien van een authentieke visuele taal in een wereld waar er niets
nieuws is onder de zon, is geen gemakkelijke opdracht. De ideeën voor
zijn beelden zijn o.a. ingegegeven door de technische uitdaging van het combineren
van oncombineerbare materialen.
De bewegingen die Johan Slabbynck registreert, veranderen in statische wandbeelden.
Conventionele opstellingen moeten wijken, omdat de objecten zo'n gedurfde
zelfzekerheid uitzenden. Gelukkig is humor hem niet vreemd: zo is er bijvoorbeeld
de installatie 'Penibele situaties op de vloer', die dat gevoel voor humor
expliciteert in een draaimolen van diaprojecties van blinde vlekken als herkenbare
contouren.
Ook voorziet hij zijn werken van letterijke tochtgaten, ventielen en roosters
om de onderwerpen tijdig te kunnen 'luchten'.
Hij verbindt zijn persoonlijke kracht, inzichten en overtuigingen aan de
harde confronterende werkelijkheid van dingen en relaties. Met eigen handen
vervormt hij de materialen en schept de beelden die hard en zacht, licht
en donker, koud en warm, gevoel en afstand, massa en lijn, constructie en
toeval vooral ordelijk verstrengelen.
Geen idee waar dit werk naartoe leidt, maar de weg die Johan Slabbynck heeft ingeslagen, belooft spanning.
Fragment uit 'Diabolisch evenwicht', catalogustekst 'Johan Slabbynck', p. 11 - p. 16, Galerie Transit, 2001
geboren 26/04/1966
K U N S T O P L E I D I N G E N
1983-1985: Kunsthumaniora, St.-Jozefscollege, Aarschot
1985-1986: Vrije Grafiek, Hoger Instituut voor Beeldende Kunsten St.-Lukas,
Brussel
1986-1989: Experimenteel Atelier, Hoger Instituut voor Beeldende Kunsten
St.-Lukas, Brussel
T E N T O O N S T E L L I N G E N
SOLO
1990 - Galerie Transit, Leuven
1991 - Galerie Stelling, Leiden
1993 - C.I.A.P., Hasselt
1997 - Galerie Transit, Leuven
2001 - Galerie Transit, Mechelen
GROEP
1989 - 'Tweede biënnale van de kunstscholen in Europa', I.C.C., Antwerpen
1989 - 'Experimenteel Atelier '89', Trefcentrum De Markten, Brussel
1990 - 'Leuven Wellicht', Van Dale College, Leuven
1990 - 'In Transit', Gele Zaal, Gent
1991 - 'KunstRai', Galerie Transit, Amsterdam
1991 - 'Berghe, Creten, Lakke, Vöckler, Betke en Slabbynck', C.C. De
Scharpoord, Knokke
1991 - 'Wir Flandern', Galerie am Kraftwerk (Dependance Specks Hof), Leipzig
1992 - 'Transit 92', Galerie Transit, Leuven
1992 - 'Kunstwerken verworven door de Vlaamse Gemeenschap in 1990-1991',
Museum van Deinze en de Leiestreek, Deinze
1992 - 'Frontiera: Arte giovane in Europa', Quartiero Fieristico, Bolzano
1992 - 'Gees, Berghe en Slabbynck', Galerie Eigen+Art, Berlijn
1992 - 'Multiple Art Fair', Remmert und Richter Verlag, Düsseldorf
1992 - 'Dood en zelfmoord in de hedendaagse kunst (het CPZ te gast)', Galerie
Transit, Leuven
1993 - 'Beeld en Bedrijf', Kamer van Koophandel en Nijverheid, Leuven
1994 - 'Het object in editie', Koninklijk Paleis, Antwerpen
1995 - 'De Gemartelde Tijd', Kapel van de Romaanse Poort, Leuven
2002 - 'Provinciale Prijs Beeldende Kunsten Vlaams-Brabant', Zaal Artes,
Leuven
2002 - Openingstentoonstelling Beeld en Kunst vzw, Communicatiecentrum, Lovenjoel
2003 - 'Drifting/Dérive', Speelhoven, Aarschot
2006 - 'Mobilart', Kortenbergse Kunstkabinetten, Kortenberg
A T E L I E R A C T I V I T E I T E N
2001 - 'Open atelier': organisatie door Galerie Transit in samenwerking
met Renier Natuursteen
2002 - 'Open atelier': eigen organisatie
2003 - Rondleidingen voor scholen en culturele verenigingen
C O L L E C T I E S
- Vlaamse Gemeenschap (depot SMAK)
- Cera Holding
- Provincie Vlaams-Brabant
- privé-collecties in België, Nederland, Engeland, Duitsland,
Spanje, ...
C A T A L O G I
'Tweede Biënnale van kunstscholen in Europa', Koninklijke Academie
van Schone Kunsten, Antwerpen, 1989, p. 55
Tekst: Lieven Delafortrie
'Experimenteel Atelier', De Markten/ Hoger Instituut St.-Lukas, Brussel
1989, p. 10 - 11
Tekst: Lieven Delafortrie
'Leuven Wellicht', Cultuurraad vzw, Leuven 1990
'In Transit', Noordstarfonds vzw, Gent, 1990
Tekst: Daan Rau
'Wir Flandern', Galerie am Kraftwerk, Leipzig, 1991
Teksten: Jos van den Bergh, Erno Vroonen
'Kunstwerken verworven door de Vlaamse Gemeenschap in 1990-1991', Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Departement WVC, Administratie Kunst, Brussel, 1992
'Frontiera: Arte giovane in Europa', Edition Rætia, Bolzano, 1992,
p. 61 - p. 70
Tekst: Erno Vroonen ('L'Arte Belga oggi o La ricerca di un' identià surrealistica')
'Gees, Berghe en Slabbynck', Edition Eigen+Art, Berlijn, 1992
'Het object in editie', Koninklijk Museum voor Schone Kunsten en Koninklijk
Paleis, Antwerpen, 1994
Tekst: Greta Van Broeckhoven
'De Gemartelde Tijd', vzw Klaarte, Leuven, 1995, p. 54 - p. 57
Teksten: Lut Pil, Ans Thijs, Hadewijck Hauben
'Johan Slabbynck', Galerie Transit, Mechelen, 2001
Teksten: Luk Lambrecht, Lief Brijs
'Provinciale Prijs Beeldende Kunsten Vlaams-Brabant', Provincie Vlaams-Brabant,
Leuven, 2001
Teksten: Luk Lambrecht, Lief Brijs
'Speelhoven '03 - Drifting/Dérive', vzw Speelhoven, Aarschot, 2003
Tekst: Luk Lambrecht
'Mobilart - 10de editie Kortenbergse Kunstkabinetten', TxT-IBIS Language & Communication,
Kortenberg, 2006
Teksten: Jan-Pieter Outtier, Georges Libbrecht
T I J D S C H R I F T A R T I K E L S
'Garcia en Slabbynck in Galerie Stelling', Beelding ('Op 't oog'), 02/1991,
p. 33
Wouter Welling
'Johan Slabbynck', Forum International 06/1991, p. 83
Jos van den Bergh
'Een venster op de wereld', Hervormd Nederland, 02/03/1991, p. 26
Mirjam Westen
'Leuven heeft één galerie en ze heet Transit', Kunst en Cultuur,
03/1991
Bert Populier
'Hak zoekt zijn gemak', Knack Weekend ('Uit de kunst'), 12/07/1995, p. 62
- p. 63
Jan Braet
'Johan Slabbynck', Faydherbe.be 002 ('Binnenland'), 12/2002, p. 7
Filip Burgelman
K R A N T E N A R T I K E L S
'Leuven Wellicht: metamorfose van een stad', Het Nieuwsblad, 23/02/1990
Ann Theys
'Leuven Wellicht onder stralende sterrenhemel', De Morgen, 23/02/1990
A.B.
'Leuven één nacht lichtstad en stad van de Verlichting', Gazet
van Antwerpen ('Cultuur'), 23/02/1990
auteur onbekend
'Autonome en suggestieve kunst van Johan Slabbynck', Het Nieuwsblad, 31/10
- 01/11/1990
Herman Duponcheel
'Romantiek en geometrie in vervreemdend perspectief', De Standaard ('Cultuur
en Wetenschap'), 07/11/1990, p. 6
Dan Holsbeek
'Een kleine Leuvense oase 'In Transit'', De Gentenaar, 23/11/1990, p. B
8
Dirk Pultau
'Confrontatie Noord en Zuid', Leidsch Dagblad, 20/02/1991
Lisette Oomen
'Dubbele verrassing bij Stelling', Leidse Post, 24/02/1991
auteur onbekend
'Grens tussen product en kunst vervaagt', Het Nieuwsblad, 29/01/1993
Herman Duponcheel
'Johan Slabbynck', De Morgen ('Kunstgrepen'), 05/09/1997
Luk Lambrecht
'Een wereld genaamd Slabbynck', Het Nieuwsblad ('Buitenbeen - Cultuur'),
18/09/1997
Tine Hens
'Visueel avontuur - Loepzuivere beeldhouwer', De Morgen, 22/11/2001
Luk Lambrecht
'Over de weigering - Johan Slabbynck', De Financieel Economische Tijd ('Tijd-Cultuur'),
28/11/2001, p. 18
Els Roelandt
'Kunst en natuur vinden elkaar op tentoonstelling in Speelhoven', Het Laatste
Nieuws, 27/08/2003
Geert Mertens
'Ingaan op de schoonheid van het landschap', De Morgen ('Expo'), 29/08/2003
Luk Lambrecht
'Spelen in Speelhoven', De Financieel Economische Tijd ('Tijd-Cultuur'),
03/09/2003
Els Roelandt
'Afdrijven naar Aarschot', De Huisarts, 09/2003
Christine Vuegen
Click here for artists own website