zandpoortvest 10
be 2800 mechelen
t +32 15 336 336
m (b) +32 478 811 441
m (d) +32 475 477 478
Virginie Bailly [°1976, Ukkel] verkent de mogelijkheden van de schilderkunst door een opvallende vermenging met video en installatiekunst. Bailly werd vooral bekend door haar grote kleurrijke doeken waarin ze architectuur of landschapsfragmenten opneemt. De relatie tot de direct zichtbare omgeving is een belangrijk gegeven. Bailly wijst de toeschouwer op zijn omringende context en op het onderscheid tussen representatie en werkelijkheid.
In 2008 reisde Virginie Bailly naar China. Dit leidde tot een boeiende reeks nieuwe schilderijen, foto's en video's. Bailly combineert een reeks bevreemdende Chinese stadslandschappen met andere media. Dit resulteerde in vier afzonderlijke tentoonstellingen: ‘Lumières Impériales’ in Be-Part, Waregem [2008], ‘Behind the wall there’s a mop for every day II, Kulak, Kortrijk [2008], ‘Ben jij dat op die berg van rijst?’ in De Bond, Brugge [2009, nog tot 8 maart] en ‘Landscape on Table’ in galerie Transit.
Voor haar tweede tentoonstelling in Transit, vond Virginie Bailly inspiratie in de vermaarde Chinese tuinen. In deze tuinen staat de reflectie over de natuur in relatie met de mens centraal. Deze reflecties worden verzinnebeeld in een ommuurd stukje natuur opgedeeld in verschillende tuinkamers. Als een huis zonder dak vormen afwisseling, verrassing en verwondering de rode draad in deze gecomprimeerde verbeelding van het landschap, die de ambitie heeft het landschap zelf te zijn.
Al wandelend doorheen deze tuinkamers krijgt men voortdurend een andere kijk waarin micro- en macroschaal tegenover elkaar worden uitgespeeld. Zo zijn er ook kleine kamers met wit gekalkte muren en een azuurblauw ‘plafond’ waar op de bakstenen vloer een wit marmeren tafel staat met daarin een geënsceneerd landschap met enkele rotsblokken op de tafel. Deze opgestelde rotsformaties waar geen sprietje groen aan de pas komt, verhalen over rust, harmonie en sereniteit. De monumentaliteit van het gecreëerde beeld wordt gedragen door de tafel die veeleer als een sokkel naar voren treedt.
Een ander aspect binnen deze landschapscreaties fascineerde Bailly in het bijzonder. In iedere kamer geeft de rotsformatie een andere blik op hetzelfde thema. Vreemde uitgesneden openingen in de muren geven verschillende perspektieven. In haar schilderijen wordt de rots dan ook dubbelzinnig uitgebeeld: soms vast als een onveranderlijk beeld, soms met een schildertoets die dichtbij het vluchtige, het tijdelijke staat.

In haar dubbelvideo ‘Tout vide, tout plain, voila le tableau’ zien we vier mannen met hamers op een dak inslaan. Ernaast een reeks indoor golfspelers waarbij voornamelijk de repetitieve poses van de voorste man in het oog springen. Het dak waar de arbeiders vlijtig op hameren komt de toeschouwer ook voor als een sokkel. Hierdoor worden hun handelingen veeleer vorm en hun steeds weerkerende gestes sculpturaal.
lees hier het artikel in hART, maart 2009
Tussen 2006 en 2008 verbleef ik drie maal in China en verkende de gebieden rond en tussen Beijing, inner Mongolië, Shanghai, Hong Kong en Xiamen. Tijdens deze fascinerende rondreizen ving ik een verscheidenheid aan beelden op die zich vastprenten op mijn retina. Drie maal ervaarde ik China - wel steeds met een andere blik.
In mijn eerste blik op China stonden verrassing, chaos en overweldigende beelden centraal en koppelde ik een esthetische vormentaal met een gevoel van bevreemding. De video installatie 'Lumières impériales' die ik in mei 2008 in Be-part presenteerde, is hier een vertaling van alsook de reeks schilderijen 'Health and Care'. Hier inspireerde ik mij op de bevreemdende fitnesstoestellen die langs de kuststrook staan op één van de stranden in Xiamen. Deze roze, blauwe of mintgroene toestellen staan in een honderd meter lange rij achter elkaar geplaatst. Als verloren sculpturen pronken ze op het voorplan, op de achtergrond waaiert er een zeezicht open, slechts enkele keren onderbroken door een palmboom. Dit mysterieuze tafereel vertaalde ik in een serie schilderijen waarin deze structuren figureren als autonome entiteiten binnen het landschap en waarbij de contexten balanceren op de grens tussen vlak, abstractie en ruimte.

Gedurende mijn tweede rondreis doorheen China kreeg ik een breder overzicht van de dingen. Aan de Chinese vormen werd meer inhoud gekoppeld - Schoonheid vertaalde zich naar 'schijn'. Door deze bredere blik werden sommige zaken scherper belicht die tijdens mijn eerste reis nog werden vertroebeld door fascinatie en overweldigende indrukken.
Tijdens mijn verblijf te Xiamen legde ik met video-en fotocamera beelden vast
die me deden besluiten: 'Behind the wall there's a mop for every day'. Deze mops vielen mij in eerste instantie op omdat het een grappig en onbekend instrument is om de vuiligheid te bestrijden. Hoe langer hoe meer kwamen deze mops in mijn vizier: een mop in de goot, een mop aan een kapstok, de ander leunend als een tamme portier tegen de deur, nog een andere stond gepland met zijn steel in een bloemperk en tot slot een rij mops in de tempel als een groepje zwierige cheerleaders voor Boedha. Kortom ik begon deze beelden te verzamelen waarin de mops in al hun verschijningen een eigen karakter en individualiteit kregen. Het instrument om stof en modder te verwijderen kreeg op slag een metaforische betekenis als een verzinnebeelding van China. Het sterke streven naar harmonie maakt dat de schaduwzijden sterk verduisterd worden en een eenzijdig beeld geven van China ten koste van al haar meervoudige rijkdommen. Ook met een mop kuis je tijdelijk zaken op.
'Ben jij dat op die berg van rijst?' is een tentoonstellingsconcept waarin de verschillende reflecties over China bij elkaar worden gebracht doormiddel van schilderijen, video - en geluidsinstallaties in een denkbeeldig landschap. De overweldigende berg gestapelde structuren aan de voet van de ingang structureert het geheel en rijgt de verschillende werken aan elkaar. Hij ritmeert de ruimte in samenspraak met het geluid, verbindt de geïsoleerde beelden met elkaar en stippelt het parcours van de toeschouwer uit.
Geheel in de lijn van 'A mop for every day', vertalen de video's 'De Hertenkamp' en 'Een volksliedje uit de Hoofdstad', de Chinese mentaliteit: het ononderbroken getik van de metronoom raast continu door en ijvert tegen de dwingende vrouwenstem die door de luidspreker raast. Ondanks deze vlijt is er ook ruimte voor stilte en gestruikel.
Deze tentoonstelling toont mijn blik van een buitenstaander op het hedendaagse China dat reflecteert in kleine alledaagse details.
Met dank aan Ludo Engels, advies audiovisuele techniek, Cédric Noël, advies audiovisuele techniek en Floris Dehantschutter, beeldend denker en adviseur.
Virginie Bailly





Painting is an important part of my multidisciplinary œuvre.
All my work originates from painting and my interest in other media arose
from it.
In 2003 I created Point de vue, my first in situ work,
a ‘lookout tower’ on the waste coal pile of Winterslag in Genk,
a momumental construction that confronted the visitor with three specific views
on the mining landscape.
The exploration of cadrage, the veduta and the physical character
of the construction (the implant of the installation in an existing location)
resulted in a series of new works that explore the same topics of spatiality
and the art of painting.
Within the scope of the exhibition Artuatuca (2005) in Tongeren. I built a box with a length of 14 metres, completely scaffolded and placed diagonally on a Roman aqueduct. When the visitor entered Zeezicht (Point de vue 2), he went down a 14 metres long iron staircase while seeing the scenery passing by through an opening of 10 centimetres wide and 14 metres long. This vertical opening was inspired by a saga that says that the sea used to be situated behind the Roman aqueduct.
For the exhibition Freestate in Ostend (2006) I created a double installation, Looking at the First Terrace, which consisted of two parts : a ‘show box’ that could be entered and a brick sculpture. The latter was built with 1000 recovered bricks from a dilapidated factory chimney. The form of the sculpture referred to the drawing of the Purgatory that Botticelli made for Dante’s Divina Comedia. When looking through the show box, the visitor had a specific view of the brick sculpture that was placed at a distance of 100 metres.
My architectural constructions ‘an sich’ function as well-defined
spaces, as frames for the views and are at the same time spatial situations. «They
are always invented for a specific location and time span. Besides
their perceptional function, those nomadic constructions are an intervention
of volume, structure and mass in the landscape. » (Filip
Luyckx, excerpt from «De picturaliteit van ongrijpbare fenomenen»)
The scaffolds and wooden boards that I use to create three-dimensional
work and the spatial experience of my constructions are translated to a
two-dimensional level
to create a new context on canvas.
«Maybe painting can turn two-dimensional images back into three
dimensions, by turning materiality and structure of painting into three
dimensions again. It would be the ultimate answer on the challenge of theories
claiming there is an unbridgeable gap between painting, as a somehow eternal
and timeless medium that does no longer give shape to our world, and other
media or disciplines – architecture, for example – that still
do»
(Lars Kwakkenbos, excerpt from «Between image and
space (as most things are)»)
In what way can I translate the genuine, changeable spatial experiences
that I encounter in my installations to my paintings? That was the
question I asked myself while creating my last series of paintings that
was presented at a solo exhibition in Transit in January 2007.
The physical experience of light in my istallation Looking at the First
Terrace is applied in the series Troubler les lointains.
The experience of light isconverted into a play of constructive red, green,
yellow and white strokes that blend together in an optical play of
tones, shades and vibrations of light that fluctuate somewhere between
white and black. This constructive gesture results in vibrating images,
depths and phenomena that represent a vision.
«Isolated from their context, those phenomena tend to the abstract. We are staring at a fluid mass of particles, unsteady lines and blurred structures. The abstraction is founded on temporary constellations, not on objects or situations. The phenomena correspond to a certain outer reality that each of us would be able to observe under similar conditions. They are anything but the product of an inner subjectivity. Therefore Bailly ‘s paintings accentuate our perception of reality and actualize the interpretion of it.» (Filip Luyckx, excerpt from «De picturaliteit van ongrijpbare fenomenen»)
The dialogue that exists between my painting work and my installation and video art creates an interesting area of tension in which I question the art of painting and at the same time the individuality of each medium. That results in an interaction between the different media and a consistent visual language....
The work of Virginie does not reflect an ironic or cynical attitude towards modernity, such as is often the case in contemporary art. What is an image, and what kind of world does it represent, or stand for? Is the image really cut off from reality? Is there no such thing as reality at all, as the French philosopher Jean Baudrillard seems to suggest in his late writings, inspired by post-structuralist theories? Painting is often regarded as such a medium that can no longer say anything about reality, because there is no such thing as reality. At least not on a canvas. Hereby art theory often merely illustrates such theories, without reading them in a critical way. The same goes for art itself. In the late twentieth century lots of painters have been inspired by vague theories based on post-structuralist insights, about some endless flow of all-mighty images defining our knowledge of the world we live in and implying that every experience (of reality) is a fake one. All of this sounds as a cliché, but the cliché has proved to be strong. Painting often only refers to images it lent from photography or film, as if it were no longer capable of confronting anything else than obvious images. How come? Modernist art theories reduced the canvas to a so called reality of its two dimensions. Ever since, even after the dogma of abstraction had been rejected, the canvas has remained flat. But what about this third dimension left behind? Richard Artschwager, Blinky Palermo and Raoul de Keyser were aware of this loss. They began searching for a new one. Virginie Bailly still is.
...
In the right corner below a plant seems to come out of a dark shade. Its green leaves are covered with several layers of glazes, other parts of the painting suggest less depth. Some big white brushes are painted on it, two by two, quickly and straight, as if they suggest light. On top of all this a yellow structure turns the whole composition into a semi-abstract painting. Thi yellow structure does not create any depth itself, makes the whole painting seem to float between mere surface and depth. Virginie Bailly tells me the painting has been painted in seven layers. One layer has to be dry before she can start another one, so the process of painting took about three weeks in this case. This is no fixed procedure though. Oft she continues to paint while the underlying layer is still wet. Some works are finished within one hour. The painting described above is inspired by a mirroring window in a studio Virginie Bailly used to work in. The white lines refer to the mirroring strip lighting, and the yellow structure refers to a work of art one of her colleagues built within the frame of the window.
...
Virginie Bailly builds structures. Structures that become installations,
and the dimensions of these installations can be huge. In 2003 she climbs
on top of a human-made hill in Waterschei (B), and together with Fanny
Zaman she builds an enormous observation tower on top of it. The hill is
made out of waste after digging for coals. The area around Waterschei used
to be one of the main resources in Belgium for coals. Several mines still
characterize the landscape, but none of them is functioning anymore.
The viewer can climb into the construction. In the walls of the construction
that surround him, peep-holes have been cut out. The eyes of the viewer
are directed by the construction. Once standing on it, he can look out
over an industrial landscape that is full of history. Through the eyes
of those looking Bailly redefines her own role as an artist. All of this
reminds one of a modernist way of thinking about the role of the artist.
The artist is supposed to sharpen the visual experience of the viewer,
and therefore she makes art. In the long run such an emancipatory process
could lead to a sharpened and self-reflexive observation. Is it all about
setting free the senses of the viewer? No. The gaze of the viewer is not
free at all. The artist directs it, literally. You canít loose your
eyes in a landscape or an endless overload of images anymore. No sublime
shortcuts in the visual experience of the world that surrounds us. Instead
a no-nonsense but fascinating daring to focus, without loosing oneself
in a world defined too big for human perception.
(These are fragments of a text that Lars Kwakkenbos is preparing for later publication)
Virginie Bailly voelt zich op de eerste plaats een schilder. Dat sluit evenwel niet uit dat ze andere media toepast om haar kunstwerken te maken. Zo gebruikt ze de fotografie en de videokunst, maar alleen als ze het nodig vindt. Een derde aspect in haar werk zijn de installaties die ze ter plekke opricht. Het werken met andere media betrekt ze altijd op de schilderkunst. Ook deze kunstwerken ontstaan volgens haar vanuit de schilderkunst. “Als ik bijvoorbeeld een video maak ben ik er mij heel bewust van dat ik dat doe omdat ik het beeld dat ik zie niet kan schilderen. Dat wil zeggen dat er ofwel beweging of subtiele veranderingen bij komen kijken die ik niet kan of wil schilderen. Dus elke keer dat ik iets zie wat mij interesseert weet ik meteen of ik het ga schilderen, fotograferen of er een installatie ga rond bouwen. Ik vind het heel belangrijk om mij te uiten in al deze verschillende media.”
Werken vanuit de omgeving
De installatie “Point de vue” op de mijnterril te Genk beschouwt
ze als een zeer belangrijk aanknopingspunt voor haar huidig werk. Vanuit
deze getransformeerde observatiepost worden drie zichten op het landschap
opgelegd. Dit kunstwerk is gerealiseerd in het kader van het kunstencentrum
Flacc te Genk, dat gehuisvest is in een vakkundig gerestaureerd ontmoetingscentrum
uit de gouden jaren van de Limburgse mijnindustrie. Er worden regelmatig “werkplaatsprojecten” georganiseerd
waarbij enkele kunstenaars worden uitgenodigd om ter plaatse nieuwe werken
te creëren. De eigenheid van deze omgeving kan dan eventueel ook in
de kunstwerken tot uiting komen.
Dit sprak Virginie Bailly onmiddellijk aan: “Ik ben iemand die echt
in situ werkt en afgaat op de omgeving waar ik mijn kunstwerk ga plaatsen.
Dat is bijvoorbeeld zo bij het werk “Point de vue” op de terril.
Toen ik op die heuvel liep voelde ik onmiddellijk aan dat ik hier een installatie
wou inplanten. De ruimtelijke ervaring vanop de terril inspireerde me veel
meer dan de eigenlijke tentoonstellingsruimte in het Flacc zelf.”
In haar werk gaat het om een symbiose van het esthetische en het inhoudelijke.
Dit esthetische verbindt ze in de eerste plaats met de schilderkunst. Het
inhoudelijke in haar werk is veelal verbonden met de ruimtelijke ervaringen
van stad en landschap. Aan de effectieve persoonlijke ervaring koppelt
ze het besef van de gelaagde ontwikkeling van de stad doorheen de eeuwen.
Hierdoor krijgt de stad naast een ruimtelijke ook een historische diepte.
Deze ervaring van verschuivingen in tijd en ruimte, en vooral de context
van een ruimte of plek verwerkt ze in haar werk.
De grote namen of toch niet?
Wat schilderkunst betreft ziet ze een heel groot voorbeeld in Raoul De
Keyzer. Daarnaast laat ze zich ook wel inspireren door Rembrandt, Brice
Marden, de minimalisten en de Bauhaus beweging. In functie van het eerder
ruimtelijke werk vindt ze Gordon Matta-Clark, die ingrepen doet in het
landschap, interessant. En ‘last but not least’ laat ze zich
inspireren door de architectuur in het algemeen.
Zo zou “point de vue” vanuit een bepaald oogpunt erg kunnen
lijken op het wereldberoemde klooster van La Tourette, dat door Le Corbusier
werd ontworpen. “De architecte Zaha Hadid bijvoorbeeld vind ik zeer
interessant vooral omdat haar werk verder gaat dan architectuur op zich.
Dergelijke dingen zijn ook belangrijk in mijn werk. Al hetgeen op de grens
ligt van iets anders fascineert mij altijd meer dan een knap ontworpen
huis of een architectuurstijl op zich. Ik denk dat mijn voorbeelden onbewust
een mengeling zijn van vanalles. Het zijn vooral fragmenten die inspireren
en niet zozeer deze of gene kunstenaar.”
Provocatie van de toeschouwer
Gevraagd of er een boodschap in haar werk zit, antwoordt ze het volgende: “Natuurlijk
zit er een boodschap –kan je dat zo noemen?- in mijn werk. Ik apprecieer
het wanneer het publiek zich aangetrokken voelt tot mijn werk. Als ik dan
iets kan meegeven vind ik dat fantastisch. Het is niet echt mijn doel om
een boodschap door te geven. Wat ik doe, de ingreep, dat schilderij, dat
is mijn visie op de dingen en ik confronteer de mensen graag hiermee. Op
die manier wordt het natuurlijk wel een boodschap. Ik creëer en vanaf
het moment dat ik daar iets neerpoot, moet ik dat loslaten en doet de toeschouwer
er mee wat hij of zij wilt ...behalve vernielen. Als ik in een galerie
tentoonstel, vind ik dat een totaal andere ervaring dan een installatie
maken uitgaande van de specifieke context. Daar heb ik het moeilijker mee
dan bijvoorbeeld een ingreep in het landschap te doen: dat is een toevoeging,
maar gaat nadien ook weg. Maatschappelijk gezien vind ik dat interessanter
dan in een galerie iets neerzetten. Ergens is het niet zozeer een kwestie
van provoceren, maar eerder van de bal in het kamp gooien van de anderen.
Het is een statement.”
Door titels aan haar werken te geven helpt ze de toeschouwer al een eind
op weg. Op één of andere manier wil ze hiermee duidelijk
maken waarover het gaat. Maar dit wil ook weer niet zeggen dat ze de interpretatie
van de toeschouwer wil kanaliseren. Volgens haar krijgt de toeschouwer
genoeg informatie mee om te verwerken en opdat hij er het zijne van kan
denken.
Kunst in een museum of in de publieke ruimte?
De installaties op lokaties buiten de context van musea of galerijen hebben het voordeel een ruimer publiek te bereiken. Deze mensen zijn daarom nog niet speciaal voor het kunstwerk gekomen, maar ontdekken het als bij toeval. Dit kan verrassend en bevreemdend werken. Hun spontane reacties vindt ze minstens even belangrijk en interessant als de persoonlijke recensie van een kunstcriticus. De interactie van het kunstwerk met het publiek vindt ze heel belangrijk. Afgaande op de respons krijgt ze immers nieuwe inzichten.
in De Standaard, 14-09-2006: Virginie Bailly: tussen beeld en ruimte. In het Raveelmuseum hangen negen Belgische schilders naast elkaar. ,,Leeftijdgenoten'' heet de tentoonstelling, en Virginie Bailly is een van hen.