zandpoortvest 10
be 2800 mechelen
t +32 15 336 336
m (b) +32 478 811 441
m (d) +32 475 477 478

Karel Breugelmans: text & publications

 

 

Tentoonstelling 'Constructie XVII 'Wormholes', mei juni 2009

Karel Breugelmans toont in zijn tweede solotentoonstelling in galerie Transit zijn recente Constructie XVII ‘Wormholes’, een hangende sculptuur van zeven meter lang. Het werk, volledig gemaakt in cederhout en bekleed met spiegelglas verbeeldt de hypothetische mogelijkheid om tijd en ruimte te doorbreken.
Wetenschappers veronderstellen immers dat er iets bestaat waarin het mogelijk is om zich sneller dan het licht te verplaatsen. Breugelmans geeft in zijn nieuwste werk hieraan een eigen artistieke invulling.
In zijn vroegere schilderijen overheersten de imaginaire ruimtes zonder centrum, zonder houvast.  In zijn latere ruimtestructuren en spiegelconstructies zocht Breugelmans naar oerelementen en vormen.  Ze versmelten en verwijderen zich in analogie met het wetenschappelijk onderzoek naar de basiselementen van de materie.  Ook in zijn recente constructie is een onbegrensde ruimte voelbaar aanwezig, waarin schijnbaar een strakke koele orde heerst maar waarin tegelijk chaos opduikt.
Volgens Breugelmans bestaat alles uit vormen en dat uitgangspunt trekt hij door naar het onzichtbare of het veronderstelde.  In zijn Constructie XVII ‘Wormholes’ zondigt de kunstenaar opzettelijk tegen de regels van het perspectief met de bedoeling een ambigue wereld en een architectuur te creëren die de kijker confronteert met de grenzen van zijn abstractievermogen.  Breugelmans verwijst hierbij naar de vervorming van ons zelfbeeld of van onze omgeving.  We zijn als mens geneigd om datgene wat we zien aan te nemen als de werkelijkheid.  Door het spel van beeldverplaatsing door de spiegels krijgen we een heel andere werkelijkheid te zien … een mogelijke vierde dimensie.
Breugelmans slaagt erin het veronderstelde zichtbaar te maken volgens een eigen interpretatie, waarbij hij zoals de kunstenaar Constantin Brancusi zoekt naar een ‘eindeloze’ schoonheid als ‘een absoluut evenwicht’.

 

optional subjects :

 

Naar aanleiding van tentoonstelling in Netwerk, januari 2008

Uit massieve blokken cederhout puurt Karel Breugelmans (Geel, 1955) vormen die duidelijk verwijzen naar de vroeg-modernistische hoogbouw uit de eerste helft van de twintigste eeuw. De 'torens' - volledig met spiegels bekleed - lijken een bepaalde constructivistische kerngedachte te evoceren. Ze vertakken zich volgens eenvoudige modulaire verhoudingen, als een vorm van intuïtief architecturaal denken dat zich niet vertaalt in maquettes maar in monumentale sculpturale volumes. De volumes verwijzen niet naar een specifiek gebouw maar naar een soort abstract vooridee van een toekomstig groot gebouw…


Wie zijn werk (...) bekijkt, heeft het gevoel te kijken naar een futurostad - een blauwdruk van de stad van de toekomst. En toch is deze reeks (Luk Lambrecht verwijst hier naar de werken die in 2002 getoond werden in de Mechelse galerie Transit) veel meer dan een geometrisch uitgevoerd hoogstandje. Het pseudo-wetenschappelijke aura van deze architecturale mobiles verbergt een grote mate aan poëtische zeggingskracht - de rechtlijnigheid van de structuren wordt ontkracht door de speelse, haast kinderlijke manier waarop deze sculpturen zijn geconstrueerd. En de onmenselijke leegte die (...) wordt geïnsinueerd, brengt als het ware een reflectie op gang over de toenemende vervreemding in het leven. De (dure) architectuur van vandaag slaagt er niet meer in om de res publica - als was het maar een beetje - vorm te geven en te doen herleven. De wereld van beton en staal is de (professionele) wereld van de kunstenaar Karel Breugelmans en met een uiterst fijnzinnig gevoel voor orde en harmonie weet hij (...) een beklemmend gevoel op te wekken. (Luk Lambrecht, De Morgen, 17/05/02)

atelieratelier

 

In Stilles Museum, Berlin, Juli 2002 - Geometrie aus hängendem Zedernholz

Ruimte structurenRuimte structurenRuimte structurenRuimte structurenRuimte structurenRuimte structurenRuimte structuren

Künstler, die heute noch eine konstruktivistische Sprache benutzen um ihre Beziehung zur Welt auzudrücken, sind wirklich rar geworden. Noch immer scheint eine Art Tabu über den Gebrauch der Geometrie in der Kunst zu liegen. Obwohl es immer deutlicher wird, dass für eine Menge von Künstlern die Architektur mehr und mehr ein Mittel wird und bleibt, um die komplexe Welt etwas mehr durch ihre Hand zu ordnen. Ich denke z.B. an Manfred Pernice, Jan De Cock, Richard Venlet, Vaast Colson, Pieter Vermeersch u.v.a., die die Referenz an die Architektur als ein Mittel sehen, um ihre/ die Sicht auf und das Verhalten der Menschen in der Welt auszudrücken. In der Malerei bleibt die Geometrie meist auf die Verwendung von Rastern beschränkt als das Motiv der Moderne, Referenzen an die sichtbare Welt sind abwesend aber gleichzeitig kommen alle Prinzipien von Ordnung wie Linien zusammen. In der Rezeption der Malerei ist in diesem Zusammenhang vor allem das Werk von Günther Förg von Bedeutung.

In Belgien ist konstruktive Kunst ein Synonym für bildende Langeweile, da es den meisten Künstlern nicht gelingt, die Geometrie von dem durchsichtigem System der Komposition zu trennen. Damit rückt diese geometrisch inspirierte Kunst in die Nähe von Design, das nicht mehr ist, als ein primäres Spiel von Farbe, Linie und Fläche. Was kann man dann zu den frühen Arbeiten des amerikanischen Künstlers Frank Stella sagen? Dieses Werk ist ein wesentliches Projekt.

Die metallischen Bahnen in den Werken Stellas folgen den unregelmäßigen Konturen der Bildträger seiner Malerei und sie künden so auf eine tastbare Art und Weise darüber, dass Malerei nichts anderes darstellt als ihre Substanz und ihr Trägermaterial. Schon davor hatte der italienische Künstler Lucio Fontana die Illusion des Bildes als immatterielles Objekt durch einen Schnitt in die Leinwand zerstört.

1997 erwarb die Flämische Gemeinschaft für ihr zentrales Verwaltungsgebäude Ferraries in Brüssel Werke Breugelmans. Dort hängen Bilder mit äußerst komplexen "dichten" konstruktivistischen Motiven, die einen an das Skelett eines Gebäudes im Aufbau denken lassen. Die kreideblaue bis lichtgraue Farbgebung von diesen faszinierenden Bildern bezeichnet die Atmosphäre eines Architekturplanes, von etwas, das noch gebaut werden muß.

Es ist gut zu wissen, das Karel Breugelmans als Künstler auch noch einen Job im Bausektor hat. Dadurch weiß er ziemlich genau, was es heute bedeutet, ein Großprojekt zu realisieren. Seine Malereien wahren die Balance zwischen Figuration und Abstraktion. Das komplexe fast wissenschaftliche Linienspiel verweist nicht auf ein spezifisches Gebäude aber auf eine Art abstrakte Entwurfsidee für ein zukünftiges großes Gebäude.

Karel Breugelmans baut auch frei hängende Skulpturen aus Zedernholz. Diese schweben auf Augenhöhe im Raum. Man kann hinein und hindurchsehen, dadurch enstehen fortwährend verschiedene Perspektiven. Man kann sie auch als Köpfe betrachten, vergleichbar den früheren Betonraumskulpturen von Isa Genzken. Karel Breugelmans bringt die Architektur zurück zu ihrer essentiellen Urform, nämlich ein miteinander verknüpftes Lattengerüst aus Zedernholz, daß nur durch Holzspunte zusammengehalten wird.

Betritt man den Raum mit den Skulpturen, hat man das Gefühl, in eine futuristische Stadt zu blicken – eine Blaupause einer Stadt der Zukunft. Und doch ist diese Serie viel mehr, als ein geometrisch ausgeführtes Schlüsselwerk. Die pseudowissenschaftliche Aura dieser Architektur "Mobiles" enthält im großen Maße ihre poetische Wirkungskraft – die Geradlinigkeit der Skulpturen wird durch ihre kindliche Machart unterlaufen.

Und die unmenschliche Leere, die hier in den Mobiles inszeniert wird, setzt eine Reflexion über die zunehmende Entfremdung in Gang. Der Architektur von heute gelingt es nicht, der "res publica" – auch nur in einem Moment – eine Form zu geben und sie wieder aufleben zu lassen. Die Welt aus Beton und Stahl ist die Berufswelt des Künstlers Karel Breugelmans und mit einem äußerst feinsinnigen Gefühl für Ordnung und Harmonie weiß er in dieser Ausstellung ein beklemmendes Gefühl aufzuwecken.

Zedernholz bekommt nach einiger Zeit eine graue Färbung; im Garten der Galerie hängt eine seiner Strukturen in einem Baum – es ist ein schöne Kombination, die die Natur einbezieht, in ein Spiel langsam grauer werdender Ordnung und Gleichgewicht. Nicht für umsonst zitiert der Künstler in einem begleitenden Text Constantin Brancusi, der in seiner Bildhauerei eine endlose Schönheit erreichte.

"Das Schöne ist das absolute Gleichgewicht."

Luk Lambrecht
aus: De Morgen, 17.Mai 2002, Brüssel

 

 

Press Release - Ruimte Strukturen

Ruimte StrukturenRuimte strukturen Transit brengt nieuw werk van de Kempense kunstenaar Karel Breugelmans (°1955).

De Vlaamse Gemeenschap in Brussel verwierf in 1997 werk van hem voor de Ferraris-gebouwen. In 1998 nam Transit zijn werk op in de groepstentoonstelling 'bLIND dATE'. Nu volgt zijn eerste solotentoonstelling in Transit. Karel Breugelmans maakte tot 2001 enkel schilderijen en tekeningen. In Netwerk, Aalst, toonde hij voor de eerste keer enkele skulpturen.

In Transit brengt de kunstenaar nu tien nieuwe werken samen. Ze zijn allemaal gemaakt uit cederhout, ze hangen vrij in de ruimte op ooghoogte en nodigen uit om er tussen te wandelen en er mee te commmuniceren.

Breugelmans zoekt naar oerelementen en vormen. Ze versmelten en verwijderen zich in analogie met het wetenschappelijk zoeken naar de basiselementen van de materie. Tegelijk wil de kunstenaar in de opbouw van elk werk referen naar spanningen in de maatschappij en in elk individu.

De tentoonstelling opent op zondag 28 april van 14 tot 18 uur en loopt tot 23 juni 2002. De galerie is open elke zondag van 14 tot 18 uur, of na afspraak.
Meer informatie en een biografie van de kunstenaar op www.transit.be.
Foto's (digitaal) worden op eenvoudige aanvraag gemaild.

In 'De Morgen' van vrijdag 17 mei 2002 verscheen een duidend artikel van Luk Lambrecht onder de titel 'Geometrie van hangend cederhout'.
Een kopie van dit artikel wordt u op aanvraag toegestuurd.

 

 

Greet Paulissen in jaarboek Netwerk, Aalst

download hier het artikel als pdf [353 k]