zandpoortvest 10
be 2800 mechelen
t +32 15 336 336
m (b) +32 478 811 441
m (d) +32 475 477 478

Allart Lakke: text & publications

 

Lezing Allart Lakke
  Over Allart Lakke

 

Tellus

Schepper van een mythisch landschap

De Nederlandse kunstenaar Allart Lakke (°1961, Zeist) toont met zijn zevende solotentoonstelling in Transit een bondige samenvatting van 22 jaar werk en brengt daarmee een andere wereld in kaart.
Vanaf 1986 werkt Lakke intensief aan een tekensysteem van zorgvuldig uitgekozen pictogrammen, of zoals hij zelf zegt een ‘idioom - de woordenschat van tekens’.
Zijn idioom puurt een reeks universele tekens uit en unificeert daardoor uiteenlopende beeldtalen uit alle hoeken van de wereld. Lakke analyseert erg leesbare iconen - zoals een beer, een hand of een vliegtuig, hij laat het overbodige weg en geeft de prototypes vervolgens een dwingend en bevreemdend karakter door de herkenbaarheid ervan te verstoren.
Het uniforme tekensysteem functioneert als een prélude voor de cartografische classificatie die Lakke vandaag in Transit toont. De samengebalde Archipelago op de kaarten toont een ander universum, dat volgens Lakke bereikbaar is via de pictogrammen. Deze werken als dubbele deur die de overgang tussen verschillende werelden mogelijk maakt. De dubbele deur kan beschouwd worden als een kortstondig moment van helderheid, een visioen.
De tragiek van elke wereld die zich buiten onze rationele alledaagsheid bevindt, ligt volgens Lakke verscholen in zijn receptiegeschiedenis. De kunstenaar bestudeert dan ook verschillende andere werelden - de holocaustverhalen, schizofrenie, nachtmerries en het oeuvre van Adolf Wölfli (1864-1930) - om vervolgens zijn eigen getuigenis in kaart te brengen, die de mentale boodschap van dergelijke ervaringen tracht over te brengen. Hoewel de noodzaak om de bevindingen uit een andere wereld te communiceren erg groot blijkt, stuiten de getuigenissen steeds opnieuw op onbegrip. De verhalen vormen een zodanig onwerkelijk universum dat elke poging tot begrip op ongeloof stuit, wat de wreedheid ervan alleen maar uitvergroot. Is er toch sprake van erkenning dan ligt de weg open om de wonden te helen.
De prototypes die opgenomen zijn in de cartografie, functioneren als bouwstenen, zoals ook letters nodig zijn om een woord en vervolgens een ‘zin’ te vormen, en om uiteindelijk een betekenis over te dragen. Het tekensysteem dat in de kaarten vervat zit vertelt dus zijn eigen verhaal maar is enkel vatbaar via het bronnenmateriaal dat Lakke reeds jarenlang bestudeert. Omdat het begrijpen zo moeizaam verloopt, transformeren zowel de andere wereld als de cartografie in een mythe.
De kaarten schetsen op die manier een mythisch landschap dat verslag uitbrengt van het buitenissige. Archipelago kan dus gelezen worden als de fysieke drager voor de tussenwereld die Lakkes wereld is. (Liesbeth Vanmol)

 

Allart Lakke verdiept zich in de mythologie

Bij Transit in Mechelen exposeert de eigenzinnige Nederlander Allart Lakke.

Met zijn nieuwste tentoonstelling varieert Lakke consequent voort op een eerdere thematiek. Er is de hertaling van een gebruiksvoorwerp naar een ludiek object: de originele lampenkap wordt afgesloten en krijgt bovenaan twee handvaten en een wieltje onderaan. Ook de stereotiepe lineaire ventjes duiken weer op. Niet meer als alleenstaand motief, maar als klein onderdeel van een groter geheel. In de fictieve landkaarten onder andere. Hiermee gaat hij een beetje de weg op van Wim Delvoye. Maar de Nederlander brengt met zijn kaarten ook de holocaust in beeld en de gedachten en hallucinaties van een schizofrene geest. Maar ook de mythologie - zelf spreekt Lakke liever van mythe - is een wezenlijk aspect van zijn schilderijen en objecten. De tentoonstelling heet niet voor niks Tellus (die zijn vader Chronos' penis afhakte om zo de wereld te bevruchten). Die penis in macroformaat, volledig in aluminiumfolie verpakt en op een rollend platform, is meteen de intro van de tentoonstelling. Niet echt agressief, maar op zijn zachtst gezegd toch wel verrassend. Dan verschijnt Tellus in hoogsteigen persoon: een dun ventje - eveneens in blinkend aluminium - en met een hoge punthoed. 

Koffieverpakkingen
Het eindpunt van de expo is een meer dan manshoge zwarte lezenaar in de vorm van een dode boom. Ernaast op de grond ligt het bijhorende boek, dat ook kan ingekeken worden. De inhoud is even glanzend als de buitenkant. Lakke heeft hierin onder andere opengesneden verpakkingen van koffie geplakt. De verborgen kleur wordt zichtbaar, als je een hoekje durft op te heffen. "Lakke heeft jarenlang op een manische manier die verpakkingen verzameld", zegt Bert De Leenheer. Eigenlijk draait bij Lakke alles om de reflectie. Zelfreflectie waarschijnlijk, maar wellicht ook reflectie op de kunst an sich. Kijk op je weg langs de imposante objecten ook zeker naar de tekeningen en schilderijen aan de wand. "De gefantaseerde landkaarten vormen de ruggengraat van de hele expo", aldus De Leenheer. 

[Gazet Van Antwerpen, Kristien Philippe, 27 mei 2008]

 

About Allart Lakke

° Zeist, 1961
was educated to be a sculptor at the Akademie Sint Lukas in Brussels, and afterwards at the École Nationale Supérieure d’Architecture et des Arts Visuels (EN-SAAV), also in Brussels. In 1990 he returned to Holland and established himself in Leiden. There he met Onno S. with whom he worked intensively between 1993 and 1999.
Allart Lakke’s work could be perceived as an attempt to imagine the grammar of the imagination. In all his work Lakke demonstrates the urge to read between the lines, or when it comes to images, ‘the images between the images’. What it is that unites the images that mankind has come up with since pre-historical times? The looking for and making visible of an invisible syntaxes, an invisible skeleton around which the skin of existing images conforms itself, that is what directs Allart Lakke’s work. The consequence is that his work often really looks like a skeleton: elementary, sober, but always clear and therefore esthetical.
A first step in the detection of invisible syntactical elements of the image were the so-called ‘portables’, which Lakke created during the first years of his career: polyester casts of objects that surround a void. The casts made out of the leftover shape of the casted object, a tangible shape. By supplying these sculptures with handles they become literally manageable, ‘Portable’. After the portables came the ‘Insupportables’: various stencils were provided with wheels or with hinges, so that it made the normal functioning of these objects impossible. These object were, as it were, ‘terminated’. By terminating its original function Lakke transfers them into ritual objects that can be moved endlessly as if they were Tibetan prayer wheels. And so the next syntactical principle shows itself, namely a transformation that causes the spectator to go from one state of mind into another. Lakke calls this transformation the ‘Double Door’. The many hinges used in the ‘Insupportables’ represent this ‘Double Door’, in which the image is like the hinge between two different states of mind.
Since 1986 Lakke develops, besides his sculptures, a range of drawings consisting of an almost immense series of pictogram carefully sought together. They derived from the present and the past, from far away countries and from close by. The pictographic system unifies most of the picture languages of all over de world: from Indian rock paintings to the logos of modern multi-nationals. The pictograms are composed in such a way that, if they were characters, they would be written within one drawing. This system makes it possible to compare and analyse various wide spread cultures, and thus to come closer to ‘images within images’.
Performance is another syntactic element that was research thoroughly by Allart Lakke. Beauty – within the art, but also outsider of it – is, according to Allart Lakke, a result of careful and controlled action. One can only generate beauty if every action is done with the greatest precision. Carelessness in acting expresses itself immediately into the matter. Realizing this Allart Lakke’s work is a call for purity. Add to this that he does not shun Spartan punishment.


Allart Lakke - Lezing 'Innerlijke Grammatica' - Transit, Mechelen, november 2002


A. Inleiding / Introductie

Hartelijk dank voor uw aanwezigheid.
Ik wil beginnen met een korte bekentenis:
Ja, ik ben uit op macht. In mijn laatste werk ben ik een soldaat in de iconografische oorlogsvoering. Ik vecht een iconografische strijd. Maar ik ben gekleed in schutkleuren en gedraag me als een clown.
Ik ben Kokopilau (dia-Kokopilau-gekleurd)) de gebochelde fluitspeler, ik ben éénoog koning (dia-Het land der Blinden). Ik heers in een eigen rijk en ik zaai wind opdat ik storm zal oogsten.
Ik ben slechts de ziekelijke streber, de gebochelde fluitspeler. En mijn deuntjes zijn genoegzaam bekend. Een lithanie. Men noemt mij een kunstenaar, maar ik heb de pest aan dat woord.
Het betekent niks.

lakke

Ik schep een wereld in tekens, een eigen rijk (dia-De Helften). Die vorm van abstractie geeft mij macht, omdat het teken a.h.w. alle andere vormen van dezelfde orde in zich draagt. Ik bedoel dat het teken van Vuur (dia- Rottend Hart) alle andere vuren vervangt. Het teken moet dwingend van karakter zijn.
Aldus spreekt de kunstenaar. Gebazel dus.
Ik zal proberen duidelijk te zijn. Ondanks dat zal de navolgende verklaring niet simpel zijn.
Less blijkt effectief more.

In mijn werk bestaat de afbeelding uit vorm, lijn en kleur. De eenvoud zelve. De boodschap valt schijnbaar samen met de inhoud, het is zichzelf. Mijn werk is als woorden met een hoofdletter. Een Huis (dia-De Burger), een Vuur (dia-Rottend Hart), een Hand (dia-De Duivel) enz., opgeroepen alsof het teken voor het eerst wordt gezien. Niet in de zin van ‘nieuw’, maar fris en helder. Schoon.
Tegelijkertijd wil ik dat het functioneert als een ijkpunt. Ik zou een welbepaald soort absoluut karakter willen bereiken. Het onmiskenbare oftewel zoals de kunstenaar het daarjuist zei; dwingend.

In tegenstelling tot wat dit lijkt te betekenen staat centraal een plek, die vrij van waarden is. Hoe maak je een plek vrij van waarden oftewel een waardeloze plek eigenlijk?
Het antwoord luidt; door zorgvuldig schoonmaken, een zuivering, middels allerlei filters dient het vuil geruimd. (dia-Stigma) Welk of wiens vuil eigenlijk? Het vuil van herhaling en misbruik. Ontheiliging.
Maar wanneer is iets schoon? Zuiver? Puur? Oorspronkelijk?

lakke
lakke

Het veronderstelt òf onschuld òf loutering. (dia-Het Giftig Boeket)
Bij loutering denke men aan brandstapels, vierendelen, levend gevild worden enz. Kortom een uiterst moeizame en pijnlijke weg. (dia-(Al)Gemene Handdruk)
De clown jongleert kundig alvorens te stuntelen. En men lacht omdat men weet dat het expres gebeurt. Het is een vakkundige mislukking.
Mijn werk moet dus onhandig zijn op een geraffineerde wijze.

lakke
B.
1. Materiaal

Ik heb eindeloos lang gewerkt aan het idioom / de woordenschat van tekens. (dia-Gifwasem). Ik zeg dit niet vanwege de tijd en het zweet die een dergelijke inspanning van jaren kostten. Het wil iets zeggen over de zorgvuldigheid en de kracht die in het werk is gegaan. Het is daardoor niet vrijblijvend. Het is een langdurig proces van herhaling en herwerking geweest (dia-De vervalste Shamaan) om het niveau van de tekens dusdanig te krijgen opdat deze zich op het huidige formaat kunnen manifesteren.
Het veroveren van het formaat en de kleur is zoals gezegd een intensieve en tijdrovende klus. Want tegelijkertijd hechtte ik er namelijk belang aan uniformiteit te verkrijgen. Hetgeen betekende continu over een hele reeks heen te moeten werken (dia-Verhaal, eerste poging). De tekens moeten immers in verhouding tot elkaar staan.
Dit zijn dus de methodes en technieken die ik als de filters beschreef bij het noodzakelijke schoonmaken.
Ik gebruik strakke lijnstukken alsof er spanning op staat en heldere oftewel primaire kleuren, ogenschijnlijk naast elkaar gezet zonder onderling verband. (dia-De Discipelen).
Technisch is het werk uitgevoerd op kostbaar aquarelpapier. Het wordt in zwart potlood opgezet en ingekleurd met gouacheverf. De potloodlijn blijft zichtbaar. Elk teken wordt over vier vellen heen geprojecteerd, die na inkleuring elk apart worden ingekaderd en vervolgens strak tegen elkaar moeten worden opgehangen, waardoor 'eenheid' ontstaat. Ik geef elk werk een Nickname oftewel een koos-/spot- of bijnaam, dus geen titel (bijvoorbeeld deze kuikentjes noem ik spottend ‘De Discipelen’).
De bronnen van het werk zijn zeer gevarieerd en uiteenlopend. De tekens komen uit archeologie en mythologie, de Noord-Amerikaanse indianencultuur, de Hopi en de Ojibwa o.m. (dia-The Indian), Zuid-Amerikaanse culturen, er is een grote hoeveelheid eigen ontwerpen (dia-Vrolijk vliegtuig), ik citeer 'Eskimo'-kunst, grot-en rotstekeningen wereldwijd; Aboriginal, Afrikaans en Europees (dia -Het landschap van de Jager), logo's van bedrijven en bewerkte kinderboektekeningen (dia-Rheinübung). De uiteindelijke, maar niet afgesloten selectie is het resultaat van een jarenlang proces van afweging en herwerking tot een gelijkvormige pictogrammatische taal. De eisen die aan elk teken worden gesteld zijn hoog. (dia-Spring) In samenhang moet de tekens gelijkwaardig zijn.

2. Methode

Mijn werk is niet schandalig. Het zal op een andere wijze moeten overtuigen.
Ik plaats het werk van 2002 bewust onder de schoonheid en orde.
De ordening en standarisering in mijn werk zijn functioneel. Het bevestigd het idee van macht, het suggereert controle. De rede heerst hier.(dia-De Geur van de Dood)
De illusie van 'mooi', 'puur', 'zuiver' of 'schoon' is eveneens bruikbaar. Het is verbonden aan het idee van onschuld of loutering. Een wereld die vrij van smet is of gelouterd. Die laatste term 'gelouterd' is degene waar ik verwantschap mee voel.
Maar 'beauty is but skin deep' (dia-Die Felthure)
en het is juist die oppervlakkigheid van schoonheid die bruikbaar is.
Het is retinale affectie. Aangenaam trekt kleur de aandacht van het oog. Het ontsluit.

Wat neemt u eigenlijk waar?
Het is duidelijk een illusie. Het afgebeelde is immers feitelijk hooguit wat lijnstukken en wat kleurvlakken.
Het lijkt wel een kleurplaat. (dia-Bloem-Torso-Beer) Die kinderlijkheid functioneert ontwapenend en de beoordeling van de toeschouwer wordt erdoor beïnvloedt.
Het zijn uw hersenen die aan uw waarneming betekenis verlenen. Uw hersenen stellen vast dat hetgeen u waarneemt een teken is van een Vuur (dia-Rottend Hart), een
Vliegtuig (dia-Vrolijk Vliegtuig) of een Huis (dia-De Burger). Door de helderheid van kleur alsmede door de strakke lijnvoering wordt de illusie van het teken heel geloofwaardig. En ondanks dat u er dwars doorheen kunt proberen te denken hoe of hetgeen u ziet 'onecht' is, het blijft in betekenis bestaan.
Wat ik nu tracht is gedeeltelijk de waarneming te ondermijnen door een grens ervan bloot te leggen en tegelijkertijd de tekens te verankeren als logo's in uw geheugen. De tekens als ideogrammen te brandmerken in uw hersens. (dia- Zilveren Vogel)
Is dit niet tegenstrijdig?
Ja, want enerzijds wordt overgedragen dat het teken niet is wat het lijkt en anderzijds probeert het alle andere tekens, die hetzelfde inhoudelijke karakter hebben, te vervangen.

lakke

Het wrikt, maar ik volg hierbij een methode. Ik zal deze verderop toelichten. Het is zoals bij de goochelaar, wiens rechterhand druk gebaart terwijl de linkerhand de truuk voorbereid (dia-Grootst). Door op een duidelijk geordende en repetitieve wijze uw aandacht te vestigen op het retinale/het visuele wordt het teken a.h.w. schielijk overgedragen. De waarnemer zal zelden tot de conclusie komen geen Huis (dia-De Burger), geen Vliegtuig (dia-Vrolijk Vliegtuig), geen Vuur (dia-Rottend Hart) te hebben gezien.

De gevolgde methode is een geoorloofd middel in de iconografische strijd, een strijd waarin gecamoufleerd onder de vlag van de vijand een guerillastrijd wordt gevoerd. Wie is die vijand? Onze vervuilde hersenen. (dia-Kokopilau zaaiend)
Afijn, iets dergelijks klinkt ernstig radikaal. En manipulatief.
Die noodzaak tot manipulatie lijkt hieruit te bestaan, dat ik gebruik makend van rede en vermeende schoonheid tot overdrachtelijkheid wil komen. Ik wil overtuigen. Feit is; kennis en schoonheid zijn macht. Schier onbeperkte macht. Het is die macht die het teken als icoon dient te veroveren in de Bilderstreit, een strijd tussen tekens. In onze cultuur bestaat een voortdurende strijd tussen beelden, logo's, tekens, merknamen enz. (diat-Verdubbeling)

lakke

En het functioneren van uw hersens, de rede en vermeende schoonheid worden als middel gebruikt.
De uitdrukking is dan ook 'If you can't beat them ... Join them'.
Alhoewel ikzelf van mening ben dat die uitdrukking moet luiden 'If you can't join them ... Beat them'.
Het werk wil een ondergrondse beweging zijn. Een mijnenveld.
Is dit alles vuil spel?
Is het kunst?
Wat doet dat ertoe?
Het functioneert.


C. Resultaten / Uitwerking

Het teken bevind zich in de abstracte werkelijkheid. Zonder vóór-kennis is de afbeelding leeg. Het referentiekader bepaald de betekenis blijkbaar. (dia-Ash)

lakke

De gebruikte tekens werken hetzelfde. Hun referentiekader wil het collectief geheugen zijn. Het functioneert dus op her-kenning. Op het eerste gezicht twijfelt niemand aan de afbeelding van het Vuur, het Vliegtuig of het Huis. En toch is er iets unheimisch. (dia-Simon Petrus) Iets van onzekerheid. Het werk doet hard zijn best te overtuigen en tegelijk te ontkennen. Het werk roept twijfel op. Hier is iets niet geheel wat het wel wil doen voorkomen te zijn. Hoe werkt die sensatie, van een teken gedissecteerd in strakke stukken lijn en heldere kleur, die onzekerheid veroorzaakt bij de waarnemer?

Ik gebruik een aantal filters die de waarneming beinvloeden.
Ik noem een aantal toegepaste tegenstrijdige aspecten, die dus tot doel hebben de waarneming te ontregelen;

A. Er is de wisselwerking die voortkomt uit de suggestie van enerzijds een schematische en dus redelijke en anderzijds inhoudelijk kinderlijke voorstelling. Dus ordelijkheid tegenover naïeviteit. (dia-Twins/11-09) Terwijl de inhoud die kinderlijke herkomst bevestigt, ontkent de technische uitvoering in formaat en lijnvoering deze.
De primaire kleuren doen kinderlijk aan, maar het vlakke en strakke inkleuren is weloverdacht. Dus enerzijds wordt het teken als kinderlijk ervaren terwijl de ordening, technische uitvoering en het formaat de kinderhand uitsluiten.

lakke

B. Door de lijnstukken van ieder teken tot een 'eigen' massa te vergroten wordt een tussenruimte zichtbaar. (dia-Kokopilau inzoom links gevolgd door Kokopilau inzoom rechts) Die 'tussenruimte', namelijk de lijnen zelf zijn ook weer kleurvlakken geworden. Het teken is opgeblazen in volume. (dia-Innerlijke Grammatica) Die ontstane ruimte is vreemd. Overbodig. Nutteloos. Maar het geeft de tekens een afgezonderd, autistisch karakter, het isoleert ze. Het vergroot hun identiteit en kracht als 'los' Teken met een hoofdletter. Hun bestaan wordt erdoor verantwoord en vanzelfsprekend.
C. Een specifiek onderdeel van het schematische, namelijk de kleur werkt eveneens ontregelend.(dia-Mijn Vader/Berlijn) Het is een schizofrene inkleuring, veroorzaakt door de opdeling over vier vellen, ogenschijnlijk volstrekt onlogisch uitgevoerd. Alsof er geen verband tussen de kleur en het beeld is en dus alsof de tekening niet door dezelfde persoon als de inkleuring is gemaakt. De kleur ontkend de eenheid van de vorm.
D. Als gevolg van het breken van de tekens in vlakken van lijn en kleur ontstaat een puzzel-achtige struktuur. (dia-Puzzled) Die puzzel spreekt de hersenen aan opdat deze het beeld wil herstellen of complementeren. (dia-Björn uitvergroot) Het anticipeert op het dwingende karakter van de waarneming van betekenis, maar die betekenis wordt struktureel voortdurend uitgesteld. Een soort van welles-nietes. (dia-De Helften)
Deze methode van ontregeling dient een doel. Want van de verschillende aspecten is duidelijk dat het intentioneel, technisch en inhoudelijk uitgewerkt is.
Het is geen toeval. Het is opzettelijk. (dia-De Arbeider).
De vraag is waarom?
Het antwoord luidt dat ik het teken als een brandmerk wil doen functioneren. Het teken doet zich voor als een hopeloze vraag naar zichzelf. Het teken vraagt zichzelf af wat het is. Het wordt een Vraagteken. Het herhaalt zichzelf tijdens de waarneming. Onderhuids en onverhoeds. Als een valstrik.
Het is dus eigenlijk een schizofreen beeld, obsessief van karakter en inwendig gebroken en hulpeloos.
Ziedaar de loutering.
En het teken impregneert U daardoor als een onoplosbaar raadsel.
Een manifestatie die ik vergelijk aan de ervaring van een openbaring. Een glimp van iets wat tegelijkertijd volkomen redelijk, maar eveneens behoorlijk absurd en dus ongrijpbaar blijkt.


D. Conclusie / Kernwoorden. Samenvatting.

Door de gevolgde techniek namelijk: de versimpeling, helderheid, strakke en verdikte lijnen, primair kleurgebruik onstaat zuivering. Door die eenvoud van lijn en kleur wordt het teken dwingend van karakter. (dia-Het land der Blinden ). De methode van visuele en inhoudelijke ontregeling veroorzaakt een onverhoedse, onderhuidse overdrachtelijkheid van het teken. Het gaat zichzelf manifesteren als een vanzelfsprekendheid èn als een vraagstuk. Die onoplosbaarheid geeft het teken icoon-achtige status. De innerlijke grammatica van de tekens wordt versterkt door de technische uitvoering. Die innerlijke grammatica is het skelet van lijnen, waarop de kleur het vlees is. (dia-Innerlijke Grammatica)

Het functioneert vergelijkbaar aan de ervaring van een openbaring. Het vormt een plek, die vrij van waarden is.
De vraag die ik in het begin stelde was "Hoe maak je een plek vrij van waarden of een waardeloze plek eigenlijk? "(dia-Ash)
Het antwoord luidde "Door zorgvuldig schoonmaken. Een zuivering, middels allerlei filters dient het vuil geruimd."
(dia-De Helft)

lakke

Het is de weg van de loutering. Door uiteindelijk het teken als een vanzelfsprekend vraagstuk te presenteren is het mogelijk 'een plek vrij van waarden oftewel een waardeloze plek' geworden (dia-Kokopilau zaaiend)
Hiermee wil ik eindigen, d.w.z. voorlopig, voor vandaag, want ik begrijp natuurlijk heel goed, dat uw interesse nu gewekt is naar wat de reden kan zijn van het maken van een ‘plek vrij van waarde’. Waarom al die moeite? Wat is het nut van gezuiverde tekens?
Ik noem een dergelijke plek de ‘Dubbele Deur’, het is die deur die we door moeten om terecht te komen in het mythologisch landschap. En dat is dus precies de inhoud van mijn volgende lezing. ‘De Dubbele Deur en het Mythologisch landschap.’

Rest mij nog Bert de Leenheer en Dirk Vanhecke te danken voor hun jarenlange ondersteuning en ontoombare inzet om mijn werk onder uw aandacht te brengen. En ook weer deze middag mogelijk te maken.
Hartelijk dank voor Uw aandacht.

Allart Lakke, november 2002.


Over Allart Lakke


° Zeist, 1961

Hij volgde zijn opleiding tot beeldhouwer aan de Akademie Sint Lukas te Brussel, en vervolgens aan de École Nationale Supérieure d'Architectue et des Arts Visuels (EN-SAAV), eveneens te Brussel. In 1990 keerde hij terug naar Nederland en vestigde zich in de stad Leiden. Daar ontmoette hij Onno S. met wie hij van 1993 tot 1999 een intensieve samenwerking is aangegaan.

Het werk van Allart Lakke zou men kunnen zien als een poging om de grammatica van de verbeelding te verbeelden. Lakke manifesteert in al zijn werk een aandrang om te zoeken tussen de regels ofwel, als het om beelden gaat, naar 'de beelden tussen de beelden'. Wat verbindt de beelden, die de mensheid sinds de prehistorie heeft voortgebracht met elkaar? Het zoeken naar en zichtbaar maken van een onzichtbare syntaxis, een onzichtbaar skelet waaromheen het vlees van de bestaande beelden zich voegt, is wat richting geeft aan al het werk van Allart Lakke. De consequentie daarvan is, dat zijn werk ook vaak daadwerkelijk oogt als een skelet: elementair, sober, maar altijd helder - en daardoor esthetisch.
Een eerste stap in de detectie van de onzichtbare syntactische elementen van het beeld waren de zogenaamde 'portables', die Lakke gedurende de eerste jaren van zijn loopbaan maakte: polyester afgietsels van voorwerpen die een leegte omsluiten. De afgietsels geven de restvorm van het afgegoten voorwerp een tastbare gestalte. Door deze sober ogende plastieken te voorzien van handvatten, worden ze letterlijk hanteerbaar, 'portable', gemaakt.

Na de 'portables' volgden de zogenaaamde 'insupportables': diverse gebruiksvoorwerpen, door Lakke. voorzien van zwenkwielen of scharnieren, die de gangbare functie van deze voorwerpen onmogelijk maken, en het object als het ware 'beëindigen'. Door het object in zijn oorspronkelijke functie te beëindigen transformeert Lakke. ze tot rituele voorwerpen, die eindeloos bewogen kunnen worden, als waren het gebedsmolens. Waarmee het volgende syntactische principe in zicht komt, namelijk dat van de transformatie die een beeld veroorzaakt bij de toeschouwer van de ene gemoedstoestand in de andere.Deze transformatie noemt Lakke. 'De Dubbele Deur'. De talrijke scharnieren, toegepast in de 'Insupportables', verbeelden die 'Dubbele Deur', waarbij het beeld is opgevat als een scharnierpunt tussen twee gemoedstoestanden.

Vanaf 1986 ontwikkelt Lakke. naast zijn plastische werk een tekensysteem, bestaande uit een schier onafzienbare reeks zorgvuldig bijeengebrachte pictogrammen. Ze zijn afkomstig uit heden en verleden, uit verre landen en van dichtbij. Het pictografisch systeem unificeert de meest uiteengelegen beeldtalen: van indiaanse rotstekeningen tot de logo's van moderne multinationals. De pictogrammen zijn zodanig gestileerd, dat ze, als waren het lettertekens, binnen één tekening kunnen worden genoteerd. Het systeem maakt het mogelijk om voorstellingen uit zeer uiteenlopende culturen met elkaar te vergelijken en te analyseren - en aldus dichter bij de 'beelden tussen de beelden' te komen.

Het verrichten van handelingen is een ander syntactisch element dat door Lakke uitvoerig is onderzocht. Schoonheid - in de kunst, maar ook daarbuiten - is volgens Allart Lakke een gevolg van zorgvuldig en beheerst handelen. Men kan slechts schoonheid genereren indien men iedere handeling die men verricht, zo precies mogelijk uitvoert. Onzorgvuldigheid in het handelen drukt zich ogenblikkelijk uit in de materie. Het werk van Allart Lakke wordt door dit besef een appèl tot zuiver handelen. Daarbij schuwt hij een spartaanse tucht niet.